Archief voor de categorie 'Resto'

Evan’s Beef & Sushi Bar

Toen ik in zone02 las dat Evan Triantopoulus, de man achter ‘Le Fourneau’ op het Brusselse Sint-Katelijneplein en ‘Le Gril Aux Herbes d’Evan’ in Wemmel (en dus niet andersom, Sandrine, bij de les blijven, meissie!), een nieuwe stek geopend had, maakte mijn hart een vreugdesprongetje. Het deed zelfs een dubbele salto toen bleek dat ik er sushi zou kunnen eten. Eenmaal mijn hart terug op het normale ritme aan het bonken was, trok ik gezwind richting Zavel.

Was ik er niet gepland naartoe gelopen, ik had het restaurant puur op basis van de inrichting links laten liggen. De zwart-witte aankleding met een vleugje rood doet nogal koel en strak aan, niet onmiddellijk het interieur dat ik met kwalitatieve sushi associeer maar eerder met een trendy bar die een poging onderneemt om mee te profiteren van de hype van het moment.

Bij het reserveren werd me gevraagd of ik voor de beef of de sushi kwam en omdat ik niet voor mijn tafelgenoot wou beslissen, vroeg ik of het niet mogelijk was om dat ter plekke uit te klaren. Geen probleem, zo bleek. Toen ik naar binnen stapte, kreeg ik een tafeltje toegewezen vlak bij de deur. Al snel volgde een mandje met brood en werd in een schaaltje extra vièrge olijfolie gegoten. Terwijl ik nog even op m’n lunchpartner wachtte, kreeg ik alvast de kaart waaruit bleek dat ik in het beef-gedeelte aan tafel geschoven was. Zou me straks gevraagd worden of ik mijn keuze al gemaakt had tussen de beef of sushi? Veel uitleg kreeg ik niet van het nochtans overvloedig aanwezige personeel dat zich onledig hield door met elkaar te staan keuvelen ipv zich over de weinige klanten te ontfermen.

Een vriendelijke maar wat schichtige dame stopte me de kaart toe. Het menu stond op een A4′tje beschreven dat in een hoes met flapjes geschoven was. Blijkbaar was de opsteller van het menu niet op de hoogte van hoe het aan tafel zou gepresenteerd worden want door het ontbreken van een kantlijn verdween hier en daar een stukje tekst onder de linkerflap. Een euvel dat al had kunnen verholpen worden in de eerste week na de opening maar goed, het flapje opheffen was ook een oplossing. Geen sushi op deze kaart, wel de boodschap dat op eenvoudig verzoek sushi en aanverwanten naar beneden kunnen gehaald worden.

Als mijn gezelschap aankomt en blijkt dat ook zijn smaakpapillen op sushi ingesteld staan, vragen we of we naar boven kunnen verhuizen zodat we vanachter de bar de chef aan het werk kunnen zien. Daar krijgen we al snel een schaaltje voorgeschoteld waar op een paar druppeltjes sojasaus een sashimi van zalm ligt met erbovenop een stukje appel. De appel is niet zuur genoeg om de combinatie met de vette vis te doen slagen en had wat mij betreft mogen weggelaten worden.

Op de kaart prijken naast sushi en sashimi ook maki (sushirol) en teppanyaki (op een ijzeren plaat gegrilde etenswaren). Groot was mijn verbazing toen ik zag dat vier van de vijf soorten maki Philadelphia kaas bevatten. Hè? Ik had gehoopt er de authentieke Japanse keuken aan te treffen en kom dus enigszins bedrogen uit. We gaan voor de California maki, de enige variant zonder Philadelphia, een assortiment sushi en een teppanyaki van rundsvlees. De kwaliteit overstijgt die van de meeste trendy sushibars maar kan helaas niet tippen aan de originele versie. De maki en sushi zijn lekker zonder meer, het gegrilde rundsvlees had iets malser gemogen. In een zaak die gespecialiseerd is in ‘beef’ verwacht ik stukken vlees waar je mes door glijdt wat hier niet het geval was.

Een beetje teleurgesteld bekijken we de dessertenkaart die handgeschreven is, mét kantlijn deze keer, en het traditionele Brusselse assortiment bevat. Klassiekers dus als crème brûlée, dame blanche en moelleux au chocolat. Het enige dessert dat nog wat uit de band springt, is ijs van groene thee. Toch maar de moelleux au chocolat, die niet enkel een smeuig hart bevat maar zo goed als volledig lopend blijkt te zijn en geserveerd wordt met het obligate bolletje vanille-ijs.

Bij het afrekenen worden we er nog eens aan herinnerd dat in het pand vroeger ‘Sister Act’ gehuisvest was. Het concept en interieur mogen dan aangepast zijn, de btw-briefjes zijn gebleven. Volgende keer toch maar het echte werk uitproberen bij Kamo of Nonbe Daigaku.

Sea Grill

Wanneer ik restaurant ‘Sea Grill’ betreed, monstert de maitre d’ me van kop tot teen en blijft z’n blik net iets te lang ter hoogte van m’n jeans hangen. Daaruit leid ik af dat hij m’n outfit niet geschikt vindt voor z’n etablissement. Ik bedenk dat mijn Joe’s designerjeans even duur is als een menu voor twee met aangepaste wijnen maar hou dit wijselijk voor mezelf, net als het feit dat ik mijn exemplaar voor minder dan de helft van de Belgische prijs in New York op de kop getikt heb waardoor hij nog net goed is voor een menu voor één persoon en een glas water.

Omdat mijn gezelschap nog even op zich laat wachten, neem ik alvast plaats in wat de maitre me aanwijst als de bar maar ikzelf eerder als een salon ingericht volgens de smaak van m’n bomma zou omschrijven. Vanuit een sofa neem ik de omgeving in me op en terwijl ik het restaurant inkijk, vraag ik me af waarom de decorateur van één van de meest gerenommeerde visrestaurants van België er in godsnaam voor opteert om als hoofdtoon zalmroze te kiezen. Het is niet omdat ik in een visrestaurant zit dat ik overal visthema’s wil te zien krijgen. Alsof deze passé kleur (is ze eigenlijk ooit wel ok geweest?) op zich nog niet erg genoeg is, wordt de bar van het eetgedeelte afgescheiden met een plexi wand waar reuzenschelpen in vastgemaakt zijn. De schelpen zijn zo groot dat het me niet zou verbazen mocht ik er door opgeslokt worden als ik het zou wagen om er mijn oor bij te brengen in een poging de zee te horen. Als mijn zakenpartner aangekomen is en ik haar op de schelpen wijs, oppert ze al lachend dat het misschien een aangepaste versie van het warenhuiskassasysteem is. Afwachten tot we de rekening krijgen om te zien of de ober een koker bovenhaalt en haar visa-kaart via de schelpen naar een verborgen kassa laat zuigen.

We trekken onze smaakpapillen op gang met een glaasje huischampagne waar we grissini, een krokantje van parmezaan, een groentendipsaus en nootjes in bladgoud bij geserveerd krijgen. Voorzien van een haakje zou je de nootjes zo als oorbellen kunnen dragen maar we zijn in een klasserestaurant dus we gedragen ons en eten ze gewoon op. Even later volgt een viskroketje met een pepersausje dat van mij gerust iets pittiger mocht zijn.

Ons glas is nog halfvol als we al naar onze tafel begeleid worden vanwaar we een goed overzicht hebben op het volledige restaurant. Niet alleen de muren maar ook het vloerkleed blijkt zalmroze en op de matte ramen waarachter wellicht de keuken schuilt, werd een landschap van bergen en een meer gezandstraald. Een interieur dat de gemiddelde Vlaming in de jaren ‘80 en wellicht de gemiddelde Waal (excusez-moi, je ne veux pas être raciste, les goûts et les couleurs, n’est-ce pas…) nog steeds als ‘modern’ zou omschrijven. Het geeft een troosteloze aanblik en overstijgt in geen geval de inrichting van het gemiddelde hotelketenrestaurant.

Als voorgerecht neem ik de Noorse koningskrab bereid met grof algenzout en kruiden, mijn tafelgenote gaat voor de langoustines met morieljes. Een rolwagen komt aangereden en wanneer het deksel van de pan getild wordt, krijg ik flinke stukken krabbenpoot te zien op een bodempje kruiden. De schaal wordt ter plekke vakkundig door de ober verwijderd en de royale moten krab worden met olijfolie overgoten. Ik had eerder de bouillon verwacht waar ze in gegaard werden maar wie ben ik om Yves Mattagne te vertellen hoe hij zijn gerechten moet serveren? Het vlees is sappig, mals en smaakt puur. Van de overkant van de tafel doet de ‘mmm’ vermoeden dat ook dat gerecht in de smaak valt.

Voor het hoofdgerecht hebben we beiden ons oog laten vallen op de zonnevis met fijne groentjes. Ik verheug me er op met de overheerlijke versie van ‘De lijsterbes’ in Berlare in het achterhoofd. Na m’n eerste hap ben ik wat teleurgesteld ook al is de vis deze keer wel overgoten met een rijke bouillon. Een ultrafijn worteltje, pijpajuintje en stukje artisjok tillen het gerecht ook niet echt naar een hoger niveau. Ben ik te kieskeurig of mist dit gerecht diepgang? Mijn disgenote lijkt ook niet helemaal overtuigd. We houden het allebei op water dus over de wijn kan ik weinig, om maar niet te zeggen niets, vertellen.

Omdat we allebei geen zin hebben in een dessert nemen we gewoon een koffie. Maar aangezien we ons in een sterrenrestaurant bevinden, wordt die uiteraard vergezeld van 3 kleine dessertjes en een bord vol truffels, spekjes, cuberdons en pralines. De koffie is krachtig en gelukkig niet bitter, de overvloed aan zoetigheden raakt wonderwel bijna volledig op. De rekening klokt af op 249,5 euro, zowaar de prijs van een Joe’s jeans.