Wanneer ik restaurant ‘Sea Grill’ betreed, monstert de maitre d’ me van kop tot teen en blijft z’n blik net iets te lang ter hoogte van m’n jeans hangen. Daaruit leid ik af dat hij m’n outfit niet geschikt vindt voor z’n etablissement. Ik bedenk dat mijn Joe’s designerjeans even duur is als een menu voor twee met aangepaste wijnen maar hou dit wijselijk voor mezelf, net als het feit dat ik mijn exemplaar voor minder dan de helft van de Belgische prijs in New York op de kop getikt heb waardoor hij nog net goed is voor een menu voor één persoon en een glas water.
Omdat mijn gezelschap nog even op zich laat wachten, neem ik alvast plaats in wat de maitre me aanwijst als de bar maar ikzelf eerder als een salon ingericht volgens de smaak van m’n bomma zou omschrijven. Vanuit een sofa neem ik de omgeving in me op en terwijl ik het restaurant inkijk, vraag ik me af waarom de decorateur van één van de meest gerenommeerde visrestaurants van België er in godsnaam voor opteert om als hoofdtoon zalmroze te kiezen. Het is niet omdat ik in een visrestaurant zit dat ik overal visthema’s wil te zien krijgen. Alsof deze passé kleur (is ze eigenlijk ooit wel ok geweest?) op zich nog niet erg genoeg is, wordt de bar van het eetgedeelte afgescheiden met een plexi wand waar reuzenschelpen in vastgemaakt zijn. De schelpen zijn zo groot dat het me niet zou verbazen mocht ik er door opgeslokt worden als ik het zou wagen om er mijn oor bij te brengen in een poging de zee te horen. Als mijn zakenpartner aangekomen is en ik haar op de schelpen wijs, oppert ze al lachend dat het misschien een aangepaste versie van het warenhuiskassasysteem is. Afwachten tot we de rekening krijgen om te zien of de ober een koker bovenhaalt en haar visa-kaart via de schelpen naar een verborgen kassa laat zuigen.
We trekken onze smaakpapillen op gang met een glaasje huischampagne waar we grissini, een krokantje van parmezaan, een groentendipsaus en nootjes in bladgoud bij geserveerd krijgen. Voorzien van een haakje zou je de nootjes zo als oorbellen kunnen dragen maar we zijn in een klasserestaurant dus we gedragen ons en eten ze gewoon op. Even later volgt een viskroketje met een pepersausje dat van mij gerust iets pittiger mocht zijn.
Ons glas is nog halfvol als we al naar onze tafel begeleid worden vanwaar we een goed overzicht hebben op het volledige restaurant. Niet alleen de muren maar ook het vloerkleed blijkt zalmroze en op de matte ramen waarachter wellicht de keuken schuilt, werd een landschap van bergen en een meer gezandstraald. Een interieur dat de gemiddelde Vlaming in de jaren ‘80 en wellicht de gemiddelde Waal (excusez-moi, je ne veux pas être raciste, les goûts et les couleurs, n’est-ce pas…) nog steeds als ‘modern’ zou omschrijven. Het geeft een troosteloze aanblik en overstijgt in geen geval de inrichting van het gemiddelde hotelketenrestaurant.
Als voorgerecht neem ik de Noorse koningskrab bereid met grof algenzout en kruiden, mijn tafelgenote gaat voor de langoustines met morieljes. Een rolwagen komt aangereden en wanneer het deksel van de pan getild wordt, krijg ik flinke stukken krabbenpoot te zien op een bodempje kruiden. De schaal wordt ter plekke vakkundig door de ober verwijderd en de royale moten krab worden met olijfolie overgoten. Ik had eerder de bouillon verwacht waar ze in gegaard werden maar wie ben ik om Yves Mattagne te vertellen hoe hij zijn gerechten moet serveren? Het vlees is sappig, mals en smaakt puur. Van de overkant van de tafel doet de ‘mmm’ vermoeden dat ook dat gerecht in de smaak valt.
Voor het hoofdgerecht hebben we beiden ons oog laten vallen op de zonnevis met fijne groentjes. Ik verheug me er op met de overheerlijke versie van ‘De lijsterbes’ in Berlare in het achterhoofd. Na m’n eerste hap ben ik wat teleurgesteld ook al is de vis deze keer wel overgoten met een rijke bouillon. Een ultrafijn worteltje, pijpajuintje en stukje artisjok tillen het gerecht ook niet echt naar een hoger niveau. Ben ik te kieskeurig of mist dit gerecht diepgang? Mijn disgenote lijkt ook niet helemaal overtuigd. We houden het allebei op water dus over de wijn kan ik weinig, om maar niet te zeggen niets, vertellen.
Omdat we allebei geen zin hebben in een dessert nemen we gewoon een koffie. Maar aangezien we ons in een sterrenrestaurant bevinden, wordt die uiteraard vergezeld van 3 kleine dessertjes en een bord vol truffels, spekjes, cuberdons en pralines. De koffie is krachtig en gelukkig niet bitter, de overvloed aan zoetigheden raakt wonderwel bijna volledig op. De rekening klokt af op 249,5 euro, zowaar de prijs van een Joe’s jeans.
0 Reacties tot “Sea Grill”