Over naar zabineziet.be

Nieuwe berichten uit Bali vind je voortaan op www.zabineziet.be.

If you can’t beat them, join ‘em!

Na een bezoek aan het bureau voor toerisme was het enkel nog een kwestie van iene-mine-mutte spelen met het handvol folders dat ik meegebracht had om te bepalen welke dag met welke activiteit zou ingevuld worden. Vandaag zou het een rondrit in het oosten van Bali worden met op het programma o.a. een bezoek aan een salak fruitplantage, een vissersdorp, de oude rechtbank van Kungklung, de grootste tempel van Bali (Besakih), het bestuderen van hoe zout gewonnen wordt en nog tal van wonderbaarlijk moois. Als dat geen fantastische dag zou worden!

Het was 8u en de bus zou pas om 8u30 vertrekken dus ik had nog tijd genoeg om wat fruit in te slaan op de markt. Mango’s waren weer in de verste verte niet te bespeuren. Dan maar een flinke homp durian waar ik het vruchtvlees met mijn vingers uit trok. Ik kon me de lichtjes aan bubblegum gerelateerde smaak niet meer herinneren en wist ook niet meer dat het vruchtvlees zo kleefde. Misschien omdat ik toen nog niet besefte dat ik geen durian maar jack fruit aan het eten was, edoch dit geheel terzijde.

Fuck zeg, het leek echt wel kauwgom en voor ik het wist hing m’n hele hand vol plaksel, net als mijn mond. Snel terug naar de verzamelplaats waar ik een toilet gezien had. De deur was gesloten… De chauffeur wees me een kraantje aan maar enkel met water kreeg ik de troep echt niet weg. Dan maar naar de vlakbij gelegen  mini-supermarkt waar ik hevig zwetend mijn handen en mond vruchteloos (no pun intended) probeerde schoon te maken. Dat goedje ging gewoon niet weg! Het enige wat ik nog kon bedenken was terug naar mijn kamer lopen waar ik betere zeep had liggen. Onderweg even getwijfeld om een schoonheidssalon binnen te stappen en te vragen of ze geen nagellak verwijderaar op mijn mond en handen wilden wrijven.

Het meeste plaksel kreeg ik er af maar helemaal goed leek het niet meer te komen. Het zou ondertussen al 8u30 of misschien zelfs later moeten zijn, snel terug hollen dus om volledig bezweet en nog steeds plakkerig te horen te krijgen dat we nog een kwartiertje op 2 personen zouden moeten wachten. Als dat geen fantastische dag zou worden!

De twee daagden niet op en uiteindelijk waren we maar met 3, een Zwitsers koppel en ik. Op naar de eerste halte, een weverij alwaar we met eigen ogen zouden kunnen zien hoe tientallen vrouwen stoffen zouden zitten weven. Helaas was het een feestdag en was er welgeteld 1 vrouw met een schietspoelesjerrebekkespoelza in de weer. Wonderbaarlijk!

Halte 2 dan maar, de grootste tempel van Bali. Wat leek die klein om de grootste te kunnen zijn. Nadat we inkom betaald hadden, kregen we te horen dat er een ceremonie aan de gang was en dat we afstand moesten houden, om maar niet te zeggen dat we dus eigenlijk gewoon over de drempel mochten leunen om eens naar binnen te piepen. Indrukwekkend!

Daarna kregen we wat Balinezen te zien die zwart zand aan het scheppen waren in zakken waar iets op stond dat op ‘cement’ leek  en waar ik dan ook uit afleidde dat ze voor de bouw bestemd waren. Op de achtergrond zagen we wat bootjes waarvan het niet duidelijk was of ze voor toerisme of visvangst bedoeld waren. Onze chauffeur was heel karig in het geven van informatie maar wist er toch uit te brengen dat ze moesten dienen om de zakken zand te transporteren.

De volgende halte was een authentiek Hindoe-dorp waar de authentieke souvenirstalletjes ons al op de met bussen overladen parking stonden op te wachten. Of we soms geen niet zo vrijblijvende donatie wilden geven (Misschien moest de parking wel heraangelegd worden of hadden de bewoners hun ogen op een gloednieuwe, computergestuurde kassa laten vallen. Wie zal het zeggen?). Al snel trokken we met een authentieke bewoner door zijn dorp. Hij vertelde dat vrouwen er nog uitgehuwelijkt worden en dat er in zijn 239 inwoners tellende dorp welgeteld 18 single mannen en 34 single vrouwen waren. Het leek Gent wel. 16 vrouwen waren dus al gejost aangezien binnen het dorp een partner moest gevonden worden. Als je het mij vraagt waren alle 52 singles daar gezien, maar soit. Nadat we een paar vrouwen die ons souvenirs wilden aansmeren, afgeschud hadden, konden we verder trekken, richting fruitplantage. Ik keek er al naar uit!

Na een helse rit over een hobbelige weg stopten we plots aan de kant en wees onze chauffeur een boom achter een schutting aan. Ik dacht nog even dat hij wou zeggen dat we er de kinderen die om geld waren komen bedelen aan konden vastmaken, maar nee, het bleek een salakboom. En waar hingen de vruchten dan? Die waren al geoogst. Waren er misschien al knopjes die de volgende oogst in zich droegen? Ook niet. Een salak vrucht? Noop. We waren zowaar een magistrale ervaring rijker.

Het liep al tegen 13u30 aan en ik polste voorzichtig wanneer we zouden lunchen. Dat kon meteen. Ik vroeg of het vissersdorp veraf was aangezien ik al de hele ochtend aan het watertanden was bij de gedachte aan verse vis. Dat waren we al gepasseerd? Huh, wanneer dan? Die sloepen die zandzakken verscheepten, was dat een vissersdorp?

In een vlaag van verstandsverbijstering dacht ik dat de chauffeur ons zou vragen waar we zin in hadden maar uiteraard weet elke chauffeur dat alle toeristen dol zijn op all you can eat-buffetten. Eten van slechte kwaliteit tegen een niet echt interessante prijs, wie wil dat niet? Behalve ik dan, maar in dergelijke kwesties telt mijn mening nooit mee. Het prachtige zicht op rijstvelden maakte de zo goed als alle gefrituurde en smakeloze etenswaren er niet lekkerder op maar daar hadden de andere toeristen blijkbaar geen last van. Opscheppen maar!

Op naar de volgende halte, de grootste tempel van Bali. Die andere bleek dan toch gewoon een kleine te zijn die het gat moest vullen dat ontstaan was door het korte bezoek aan de weverij. Net als bij het oude gerechtsgebouw werden we overrompeld door vrouwen die ons sarongs wilden verkopen en werd ons een gids opgedrongen waar andere toeristen volgens de man die de gidsen verpatste makkelijk 20 dollar voor neertelden. Goed geprobeerd. Ik was zo gedegouteerd door de talrijke souvenirverkopers en bedelaars die we de hele dag al over ons heen hadden gekregen dat ik geen zin meer had in het tempelbezoek waarbij je moest opletten niet te struikelen over de etterende zwerfhonden die vlooien uit hun pels probeerden te bijten en kinderen die naar euro’s kwamen hengelen. Ik wou naar huis, naar Ubud, naar de yogales, om het even, gewoon weg.

Ik moest nog een uurtje doorbijten, keek tersluiks op het programma of we nog een halte moesten aandoen en zag helaas nog ‘vleermuisgrot’ en ‘zoutwinning’ op het lijstje staan. Toen ik naar het verdere verloop van de dag polste, zei de chauffeur dat we terug zouden rijden. De zoutwinning was wellicht dat zoutvat in het restaurant geweest en die vleermuisgrot, wel, ergens onderweg zal er wel iemand gehuld in batman t-shirt rondgelopen hebben, zeker?

Ik was nog net op tijd terug om naar de beginnersles yoga te gaan. Toen de lesgeefster vroeg wie nog geen enkele ervaring met yoga had, ging er maar 1 hand in de lucht. Het hing ook deze keer weer aan mijn arm. Om de 5 min sloeg ik 10 min oefeningen over en na een uurtje voelde m’n lichaam helemaal ontspannen maar ook hier en daar verrokken aan.

Daarna was het tijd voor een verkwikkend en  geestig diner met Esther uit Rotterdam die me even voordien in de ‘yogabarn’ aangesproken had en Carl, de landschapsarchitect uit Nieuw-Zeeland die ik tijdens een elektriciteitspanne had leren kennen. En zo kreeg een rampzalige dag nog een zalige staart.

Hoe de kakelende kip transformeerde in een spinnende poes

De enige plaatsen waar je niet lastig gevallen wordt door bedelaars en waar de eeuwige vraag ‘taxi? yes? transport?’ niet constant naar je hoofd geslingerd wordt, is midden in een rijstveld of in de yogales. Een andere optie is mijn oordopjes 24u/24 in m’n oren laten zitten. Op naar de rijstvelden dan maar. Het zal jullie verbazen maar die zijn wel degelijk te voet te bereiken vanuit het centrum van Ubud. Geen taxi nodig. Meer nog, de dichtstbijzijnde rijstvelden zijn die van ‘Sari Organik’, een bioboerderij met bijhorend restaurant. Daar begint een biokip als ik zowaar spontaan van te kakelen. Helaas schrikt ook dat de taxichauffeurs niet af.

Onderweg werd ik maar 1 keer lastig gevallen door een Bainese die vroeg of ik misschien geen foto van haar wou nemen zodat ze uiteraard geld van mij kon aftroggelen. Met al mijn gekakel dacht ze wellicht de kip met de gouden eieren getroffen te hebben.

De rijstvelden zijn inderdaad mooi en rustgevend, ook als je vanuit een open restuarant in een loungezetel vol kussens van een vers geperst sapje ligt te lurken en van de heerlijkste gerechten ligt te smullen. Ik heb de test verschillende keren herhaald en het was even adembenemend vanuit liggend als staand perspectief. De ‘Amazings’, ‘Absolutely wonderfuls’ en ‘This is so inspirational, I can hear my inner self telling all this typical American superficial blabla’ van de toeristen uit Californie moet je er dan maar bij nemen.

Benieuwd wie we in de yogales gaan aantreffen. 95% vrouwen uit L.A. die elkaar knuffelen terwijl ik snel onder mijn yogamat duik, 4% homo’s en 1 hetero man die duidelijk mee gesleurd was door zijn vriendin.
‘Are there any ‘Vinyasa Flow’ beginners?’ 3 handen gingen de lucht in. ‘Are there any yoga beginners without any background at all?’ 1 hand in de lucht, het ging aan mijn arm. De lerares zou lief voor me zijn, zo beloofde ze maar na nog geen 3 min kon ik al niet meer volgen. Open level, my ‘warrior, doggy style’ ass!

Dan maar een half uur gekeken naar hoe de anderen zich in de meest onwaarschijnlijke posities plooiden vanuit achtereenvolgens kleermakerszit, lotushouding en de kraanvogelpositie (Altijd al geweten dat het bekijken van The Karate Kid 1, 2 en 3 me op een dag van pas zou komen.) om dan als een dief in de nacht weg te glippen.

Genoeg gewerkt aan het innerlijke, tijd om m’n uiterlijk onder handen te nemen met een ‘Mandi Lulur’, een 17-de eeuwse Japanse koninklijke behandeling waarbij een heerlijke massage (1 van de beste ooit gehad en god weet dat ik het ganse Bongo-gamma al verschillende keren afgewerkt heb) gevolgd wordt door een (mannen mogen hier afhaken en meteen aan de volgende paragraaf beginnen) scrub met ‘turmeric, sandal wood and rice powder’, een exfoliatie van yoghurt en een bloemenbad. Om deze royal treatment helemaal af te maken heb ik er dan nog maar een hoofdmassage met haarmasker bij genomen. Sprrrrrrrrrrr.

Ik ben helemaal ontspannen maar dat zalige gevoel ebt al snel weg als ik op de terugweg voor de zoveelste maal 10-tallen keren aangeklampt word. Maar wacht even, dit is gewoon 1 groot complot! Gisteren vertelden ex-collega Jimmy en zijn vrouw Ann, die ik hier toevallig tegen het lijf gelopen was, hoe corrupt Bali wel niet is en dat het volledig door de maffia gedomineerd wordt. De taxi-chauffeurs en massagesalons spelen gewoon onder 1 hoedje! Door het eindeloos herhalen van de vraag of je een taxi wil, raakt een mens al snel overspannen. En hoe kan die stress het best weggewerkt worden? Juist ja, met een massage. De kleine sloebers!

Van stadsmeisje tot natuurkenner in 3 stappen

Gisteren heeft het de hele dag pijpestelen geregend. Weer of geen weer, ik ben altijd in voor een wandeling en dus ben ik er maar door getrokken (zonder k-way of regenkapje, deze mail niet afprinten voor meme of snel even de tekst veranderen, voeg er maar bij dat ik ook een sjaal droeg.). Na een tijdje kreeg ik zin in een verse mango of ananas. Thuis dacht ik dat het vers fruit me om de oren zou geslagen worden, in werkelijkheid bleek het de om de 5 stappen weerkerende vraag of ik een taxi of motor wou. (Dat heeft me er al over doen nadenken om een t-shirt te laten maken met als opschrift ‘No taxi, no transport, no motorbike, NO NOTHING!’.)
Maar goed, ‘t is niet omdat er geen fruitstalletjes op straat staan dat ik mijn missie zomaar zou opgeven. Naar de dichtstbijzijnde winkel dan maar. ‘Fruit?’ antwoordde de man aan de kassa alsof hij het in Denpasar hoorde donderen. In winkel 2 kreeg ik een gelijkaardig gezicht te zien. Waarom wou ik geen chips of koekjes zoals alle andere toeristen? Winkel 3 en 4 idem dito. In winkel 5 ging er eindelijk een lichtje branden ‘Yes, yes! Fruit!’ waarop de man me meetroonde naar de frigo achteraan. Ik begon al lichtjes argwanend te worden en vreesde dat ik yoghurt met aardbeien in mijn handen zou gestopt krijgen, maar nee hoor. Hij had wel degelijk fruit in huis, appels en pruimen. ‘I would like to buy local fluit.’. Ik zei opzettelijk ‘fluit’, toen ik boeren ging fotograferen apprecieerden ze het ook heel erg dat ik hun dialect sprak dus hier kon ik ook maar beter zo snel mogelijk overschakelen op de lokale taal, zo bedacht ik in een helder moment.
‘No, no mango, no pineapple, no no’. Uiteindelijk ben ik dan maar naar een bar/restaurant gestapt waar ik een niet geperst ananassapje besteld heb. Mission accomplished!

In het stadsmagazine ‘The Bud’ had ik gelezen over de ‘Linda Garland Estate’, wat een ‘amazing tribute to the potential of bamboo in all it’s forms’ zou moeten zijn. Mick Jagger zou het er zo mooi gevonden hebben dat hij er getrouwd was of zoiets. Kijk, als de grote mond van Mick er al van open valt, dan moet ik dat ook eens gaan bekijken.
Volgens de man aan de balie van Gusti Gardens (de plaats waar ik verblijf, verzin er de regen zelf maar bij  http://www.youtube.com/watch?v=Y2mXrBm6ylA&feature=related) kon ik er zonder reservatie heen en was het makkelijk te vinden. Ik ben maar een kwartiertje verloren gelopen dus dat viel ook weer reuze mee.
De toegangspoort was zeer indrukwekkend, al voelde ik niet meteen de drang om te trouwen. Het was er ontzettend mooi. Toen ik in een van de houten huizen naar binnen piepte, kwam een vrouw (ik vermoed Linda zelve) naar me toe om te vragen of ze me kon helpen. Ik vertelde dat ik over haar landgoed gelezen had in het Bud Magazine en zij zei me dat ze dat beter niet gedaan hadden omdat haar domein voor biologen en bamboe-specialisten bedoeld was.
‘Ben jij een bioloog of bamboe specialist?’
Euh nee, maar geef mij een computer, laat mij via google ‘bamboe’ opzoeken en over 10 min vertel ik u er alles over.
‘I’m a journalist’ leek me een beter antwoord.
‘You write about nature or bamboo?’
Wel euh, in dat Yunomi artikel over Feng Shui dat ik uit het frans vertaald heb, stond wel iets over bamboe vermeld, dus ja, eigenlijk wel!
‘Ik schrijf voor de Yunomi Geografic, well known in Europe! Kind of the Benelux version of National Geografic.’
Linda bekeek me, zag dat ze een natuurkenner voor zich had en gaf me de toestemming om rond te kijken.
Ondertusen ben ik een bamboe-specialist, al moet ik zeggen dat ik van haar wetenschappelijke invalshoek niet zoveel geloof. Op de prachtigste plekken stonden luxueuze houten lodges met mini-zwembaden en lounge-zetels ervoor. Waar je de mooiste uitzichten had, stonden terrastafels en stoelen met uiterst comfortabele kussens. Het leek meer een luxe resort dan een onderzoekscentrum, zo een waar sterren als Mick Jagger komen. Wat is zijn rol in de bamboo-business trouwens?

Van onze correspondent ter plaatse, zabine, live vanuit Bali!

Na 28u had ik mijn bagage terug dus dat is nog relatief snel in orde gekomen. Ondertussen ben ik verder getrokken, weg van de zuidkust en verblijf ik in het culturele centrum van Bali, Ubud.

De zuidkust kan je best vergelijken met Blankenberge waar je dan 1000 motors en bromfietsen bij kletst en de riolering in de oceaan laat uitmonden. Maar afgezien van het verschrikkelijk toeristische karakter en de stank is het er echt heerlijk vertoeven. ;-)

Aangezien het van Australie maar 3 uur vliegen is, lopen er heel wat Aussies rond die allemaal heel sympathiek zijn en graag een praatje slaan. Ze bieden ook geen reeds geopende drankjes aan en zijn bij deze dus goedgekeurd als prima volk! Leve Australie en zijn inwoners! (behalve dan die crapuleuze familie met 4 kinderen die gisteren toch wel niet aan het tafeltje naast dat van mij kwam eten zekerst, dat ze bij deze vervloekt mogen zijn tot het eind van hun dagen!)

Ubud zal begin jaren 80 nog wel ongerept en mooi geweest zijn maar helaas heeft ook hier het toerisme lelijk huisgehouden.
Dankzij Sputnik, de taxichauffeur, heb ik een heel aangename rit naar deze trekpleister gehad en heb ik veel bijgeleerd over de balinese cultuur. Zijn naam is eigenlijk Ketut, er zijn hier trouwens maar 5 namen voor jongens, maar ik mocht Tutnik zeggen. Dan toch liever Sputnik, ook al hield hij zich aan de snelheidsnormen.

Ik heb hier al tientallen winkels gezien waar je voor 75 cent een dvd kan kopen. Er staat dan bij dat het een echte copie is van het origineel en dus geen in de cinema gefilmde rommel. Benieuwd wanneer ze dat kwaliteitslabel in Belgie gaan invoeren. En nee, ik ga er geen meebrengen naar huis, als mijn bagage weer verloren raakt en doorzocht wordt, riskeer ik nog opgepakt te worden ook.

Daarnet heb ik het koninklijk paleis bezocht en het monkey forest, al zou apenparkje voor dat laatste een al iets betere omschrijving zijn. Vlak voor me liep een Nederlandse vrouw met een grote tros bananen. Ze werd door een aap of 5 tegelijk besprongen en was binnen de 3 seconden al haar bananen kwijt . Trouwens ook niet zo slim van haar om een geel t-shirt aan te trekken, die apen dachten gewoon dat er een mega-banaan in hun forest rondliep!

Zo, ik ga jullie laten want het is denk ik tijd voor weer een spotgoedkope massage!
Mocht iemand van jullie hier ooit eens komen, bedenk dan dat een harde massage ongeveer hetzelfde is als pikant eten. Hier is pikant zeeeeeeer pikant en aan een harde massage houdt iemand als ik blauwe plekken over. Vandaag dus de zachte variant!

Tot binnenkort met meer nieuws over de Neckermann bestemming bij uitstek!

Zonnige plakgroetjes uit Bali

Ik ben goed aangekomen in Bali. Toen ik op de luchthaven een zorgvuldig met een matrixprinter geprint A4′tje met daarop ‘VANLEBEEIRGHE’ bij de bagageband zag wapperen, vreesde ik al dat het niet was om me als 10 miljoenste bezoeker te verwelkomen, te bestrooien met rijst en bloemen en te overladen met gelukwensen. Nee, ik kreeg het akelige gevoel dat me een durian te wachten stond die meer dan overrijp in m’n gezicht zou gekeild worden. Toen ik om uitleg vroeg, bleek dat m’n bagage goed aangekomen was… in Frankfurt. Van Deutsche Grundlichkeit gesproken!

Maar ach, ik had al anderhalve dag in dezelfde outfit doorgebracht, daar kon gerust nog een extra anderhalve bij. Gelukkig had ik een kleedje aan dat met calecon (waar zitten de speciale tekens op een qwerty? jullie daar in holland, vertel het mij!) perfect was voor het Belgische klimaat en zonder ideaal voor het Balinese. Helaas ben ik niet zo slim als m’n moeder die steevast haar badpak in haar handbagage stopt (Waarom krijg je dergelijke dingen niet doorgegeven via de genen?).

Maar voor de rest is alles prima. De zon schijnt, er staat een stevige wind en ik heb welgeteld een kwartier nodig gehad om hier een bioshop te vinden. Wat wil een mens meer? (Behalve dan haar koffer maar laten we de in Kopenhagen zorgvuldig opgebouwde harmonie van onze innerlijke yin en yang niet uit evenwicht brengen door zo’n kleinigheid!)

M’n Balinees begint al aardig op punt te raken. Zo leerde ik in de supermarkt (je bent op zoek naar shampoo, zeep, ondergoed,… maar ontdekt zoveel meer!) dat ‘plakban’ voor plakband staat (ik kan het onthouden via een ingenieus zelf ontwikkeld systeem dat elk ezelsbruggetje overtreft). Met mijn Engels gaat het iets minder goed want van de twee drankjes die ik deze morgen op twee verschillende plaatsen bestelde, bleken er welgeteld 0 overeen te komen met wat ik gevraagd had. Soit, zo leert een mens nog iets bij, al heb ik nog niet helemaal begrepen wat de zwarte drek was die ik onderaan m’n ‘American (besteld)/ Balinese (gekregen) coffee’ aantrof.

Ik hoop dat met jullie alles goed gaat. Tot later met wellicht meer dolle avonturen vanuit Bali (of Frankfurt als blijkt dat ik zelf om mijn bagage moet gaan.

zonnige groetjes en positieve chakra’s,

zabine

ps: Ma, het stikt hier van de vrouwen die alleen op reis zijn en we vormen 1 front in het niet aannemen van reeds geopende drankjes. Niet dat ik met mijn aangeboren vieze smoelie drankjes aangeboden krijg, maar alla, het is het gedacht dat telt!

Verhuisd

Er gebeurt hier niet zoveel meer en dat is volstrekt normaal want het is hem nu op www.zabineziet.be te doen. Allen daarheen!

Is het een vogel? Is het een vliegtuig?

Nee, dat is het niet. Het is Mega Toupet die je voorbij vliegen ziet.
Meer fijne grafieken en vendiagrammen op Indexed.

Het grootste voordeel van blind zijn

Een blinde man stapte het metrostel op en posteerde zich tussen mij en een andere forens. Toen de deuren zich sloten, hoorde ik de ziende reiziger nog net tegen de blinde zeggen ‘Weet u wat het grootste voordeel is van blind zijn?’. Door het ondergrondse lawaai heb ik het antwoord helaas gemist maar ik vermoed dat het ‘Dat ik het smoelwerk van idiote vragenstellers zoals u niet moet zien.’ moet geweest zijn.

Days with my father

Fotograaf Phil Toledano laat ons een glimp zien van de wereld waarin hij en z’n vader zijn verzeild geraakt nadat z’n moeder overleden is. De 98-jarige papa Toledano heeft geen kortetermijngeheugen meer en omdat het te pijnlijk is hem telkens weer te moeten vertellen dat z’n vrouw gestorven is, heeft zoonlief dan maar besloten dat mama Toledano in Parijs verblijft.  De ene keer vertelt hij dat ze voor haar zieke broer zorgt en in een gekke bui laat hij haar een vlooiencircus uitbaten.

Volgende Pagina »